Javaanse mythologie

Ratu Kidul
De Koningin van de Zuidzee
Ratu Kidul (ook bekend als Nyai Loro Kidul) is de mythische 'Koningin van de Zuidzee'.
In de Javaanse en Soendanese mythologie heerst zij over de Indische Oceaan vanaf de bodem van de zee. Ze speelt een prominente rol in de Indonesische folklore, cultuur en spiritualiteit.
Haar naam betekent letterlijk 'Koningin van het Zuiden' of 'Zuidzee Godin' en volgens de legende bevindt haar schitterende paleis zich onder de golven van de oceaan ten zuiden van Java.
Ze wordt gezien als de beschermvrouwe van de Javaanse koningen (de kraton) en staat bekend als zowel een weldoener als een angstaanjagende heerseres.
Hoewel Java haar oorspronkelijke thuisbasis is, wordt haar bovennatuurlijke aanwezigheid erkend in de Balinese spirituele wereld.
Ze wordt vaak geassocieerd met Dewi Danu, de Balinese godin van het water en de meren. Haar energie wordt gezien als de beschermer van de natuurlijke balans, en veel Balinezen en Javaanse pelgrims brengen offers aan de zuidkust van Bali om haar gunst af te smeken.
Volgens het volksgeloof draagt ze vaak de kleur groen. Aan de Zuid-Javaanse kust is het daarom voor baders en vissers taboe om felgroene kleding te dragen, omdat dit haar zou kunnen provoceren.
De mythe is diepgeworteld in de Indonesische cultuur en wordt nog altijd levendig gehouden in traditionele ceremonies, dansen en moderne media.
Het is een van de oudste legendes op het eiland Java.
In de omgeving van de plaats Pelabuhan Ratu (letterlijk: 'Haven van de Koningin') aan de zuidkust van Java, is haar aanwezigheid en verering extra sterk.

Singa Barong
De temmer van de ziel
Singa Barong betekent letterlijk een "gevleugelde leeuw" of "leeuwenmonster". Het is een mythisch wezen uit de Indonesische folklore, dans en traditionele kunst (voornamelijk op Bali en Java). Het is een verwijzing naar een mythisch, panter- of leeuwachtig wezen dat symbool staat voor het goede, bescherming en moed.
Hij is de 'Koning der Geesten' en de eeuwige tegenstander van Rangda, de demonenkoningin.
In de Javaanse cultuur staat de Singa Barong symbool voor vreedzame co-existentie, waarbij de verschillende dierlijke kenmerken verwijzen naar de Hindoeïstische, Arabische en Chinese culturen.
Hoewel de term 'Barong' in het Westen vooral bekend is van de Balinese Barongdans (de koning der geesten die het goede symboliseert), verwijst de specifieke figuur van de Singa Barong naar een gigantisch, leeuw- of tijgerachtig wezen uit de rijke mythologie en volkskunst van Java. Het wezen speelt de absolute hoofdrol in de wereldberoemde Reog Ponorogo, een spectaculaire, mystieke dansvorm uit Oost-Java.
Er zijn verschillende verhalen over de oorsprong van de Singa Barong. De meest bekendste versie is de Strijd om Prinses Dewi Songgolangit.
De bekendste mythologische sage vertelt over de beeldschone prinses Dewi Songgolangit uit het koninkrijk Kediri. Omdat ze zoveel aanbidders had, schreef ze een onmogelijke wedstrijd uit voor degene die met haar wilde trouwen. De winnaar moest haar een unieke kunstvorm tonen die nog nooit eerder op aarde vertoond was, begeleid door 144 identieke paarden en een dier met twee koppen.
Twee machtige rivalen gingen de strijd aan: Koning Kelana Sewandono uit Ponorogo en Singo Barong, de wrede bewaker-koning van het Lodaya-woud. Singo Barong was een spirituele krijger (warok) die de gedaante had van een leeuw. Hij had een bijzondere vogel als metgezel: een prachtige pauw die vaak op zijn hoofd zat om de luizen uit zijn manen te pikken.
Toen Singo Barong de paarden van Kelana Sewandono probeerde te stelen, ontstond er een episch gevecht. Koning Kelana Sewandono gebruikte zijn magische zweep (de Pecut Samandiman) en trof Singo Barong met een vloek. De pauw die op dat moment op zijn hoofd zat, smolt door de magische klap samen met de leeuwenkop.
Zo veranderde Singo Barong in het gevraagde tweekoppige wezen (leeuw en pauw). Kelana Sewandono nam het getemde wezen mee als de ultieme parade voor de prinses, won de wedstrijd en zo werd de basis gelegd voor de Reog-dans.
De Leeuw (Singa Barong) stond symbool voor de koning zelf: een brullend, arrogant maar inert roofdier. De Pauwenveren boven op zijn kop stonden symbool voor de koningin (de Chinese prinses): zij zat figuurlijk "op zijn kop" en trok achter de schermen aan de touwtjes, waardoor de koning volledig door haar werd beheerst.
De invloed van dit mythologische wezen reikt tot in de traditionele wapenkunst van Java. Er bestaat een zeer gerespecteerd en krachtig type traditionele dolk, de Keris Singo Barong. Bij dit type mes is aan de basis van de kling (gandik) de gedaante van een zittende of brullende leeuw nauwkeurig uitgesneden. In de Javaanse spirituele wereld (de Kejawen) gelooft men dat een Keris Singo Barong de drager voorziet van de spirituele eigenschappen van de leeuwenkoning: buitengewone moed, leiderschap, autoriteit (wibawa) en bescherming tegen zwarte magie en boze geesten.

De Vleermuis
Transformatie, wedergeboorte
In de spirituele en mythologische belevingswereld van Indonesië — die diep geworteld is in het animisme, het hindoeïsme, het boeddhisme en de lokale Kejawen (Javaanse spirituele traditie) — neemt de vleermuis een fascinerende, gelaagde positie in. Omdat Indonesië uit duizenden eilanden bestaat, varieert de betekenis per regio.
Waar de westerse cultuur de vleermuis historisch vaak associeerde met het kwaad of hekserij, kent men in Indonesië zowel diepe spirituele bescherming, vruchtbaarheid als angstaanjagende mystiek toe aan dit nachtdier.
In veel delen van Indonesië, met name op Java en Bali, worden vleermuizen gezien als de bewakers van de spirituele onderwereld en heilige plaatsen.
Pura Goa Lawah (Bali): Dit is een van de belangrijkste en meest heilige hindoetempels op Bali. Goa Lawah betekent letterlijk "Vleermuzengrot". De grot achter de tempel zit vol met duizenden heilige vleermuizen.
In de Balinese kosmos gelooft men dat deze vleermuizen de rust en balans van de spirituele wereld beschermen. Ze worden gevoed en geëerd door de priesters; het beschadigen of verstoren van deze dieren wordt gezien als een directe belediging van de goden en brengt zware spirituele tegenspoed.
Grotten (goa) zijn in de Javaanse mystiek (Kejawen) de ultieme plekken voor koningen, mystici en waroks om zich terug te trekken voor diepe meditatie en vasten (tapa). Omdat vleermuizen in deze donkere, energetisch geladen grotten leven, worden ze gezien als wezens die perfect in harmonie zijn met de onzichtbare spirituele wereld (Alam Gaib).
In tegenstelling tot de associatie met de dood, is de vleermuis (en met name de kalong of grote vliegende vos) in veel Indonesische landbouwgemeenschappen een symbool van vruchtbaarheid, hergeboorte en overvloed. De verbinding met de bomen: Omdat vleermuizen zich voeden met fruit en bloesem, en zaden verspreiden tijdens hun nachtelijke vluchten, worden ze gezien als de onzichtbare helpers van de natuurgoden. Ze zorgen ervoor dat de bossen en plantages vruchtbaar blijven. Ondersteboven hangen: Het feit dat een vleermuis ondersteboven rust, wordt in sommige mystieke kringen geïnterpreteerd als een symbool van een 'omgekeerd perspectief' of de overgangsfase tussen het aardse leven en de spirituele baarmoeder. Het staat voor overgave aan de kosmische orde.
Naast de beschermende en vruchtbare symboliek kent de Indonesische folklore ook een angstaanjagende, bovennatuurlijke kant waarin de vleermuis een rol speelt. Hierin vervaagt de grens tussen dier en demoon.
In de dichte regenwouden en bergachtige gebieden van West-Java leeft de legende van de Ahool. Dit is een reusachtige, cryptische verschijning die omschreven wordt als een kruising tussen een gigantische vleermuis en een primaat (of uil), met een spanwijdte van enkele meters. Zijn naam dankt hij aan de onheilspellende, angstaanjagende roep ("Ahoooool") die door de nachtelijke valleien echoot.
De Ahool wordt in de lokale folklore gezien als een oergeest van het woud die de diepe, ontoegankelijke natuur bewaakt tegen menselijke indringers. Op het eiland Seram (Molukken) spreekt men over de Orang Bati ("mensen met vleugels").
Dit zijn mythische, aapachtige wezens met grote, letherige vleermuisvleugels die volgens de verhalen in de grotten van uitgedoofde vulkanen leven. In de lokale mythologie geloofde men dat deze wezens 's nachts naar de dorpen vlogen om kinderen te ontvoeren. Ze symboliseren de gevaren die loeren in de duisternis buiten de veilige grenzen van de gemeenschap.
In sommige animistische praktijken gelooft men dat kwaadaardige sjamanen of tovenaars (Dukun Hitam) de gedaante van een vleermuis kunnen aannemen — of vleermuizen als spionnen kunnen uitzenden — om ’s nachts ongemerkt huizen binnen te dringen, ziektes te brengen of spirituele energie te stelen.
De spirituele lading van de vleermuis is zo sterk dat deze soms wordt vereeuwigd op de kling van een Keris, het heilige Javaanse zwaard. Hoewel motieven van leeuwen (Singo Barong) of draken (Naga) vaker voorkomen, bestaan er zeldzame, specifieke dhapur (klingvormen) of pamor (bovennatuurlijke patronen) die subtiel verwijzen naar de vleugels van een vleermuis of de Lawah.
Een Keris met een dergelijke symboliek is vaak bedoeld voor dragers die bescherming zoeken tijdens spirituele reizen in het donker, of die de gave willen ontwikkelen om — net als een vleermuis met zijn onzichtbare zintuigen (echolocatie) — gevaren in de spirituele duisternis feilloos aan te voelen.

Anak Tuyul
Het kind van de dood
Een 'anak tuyul' (meestal simpelweg een tuyul of toyol genoemd) is een mythisch wezen uit de Indonesische en Maleisische folklore, en is feitelijk een ondode baby of geest. Het fenomeen is vergelijkbaar met de westerse opvatting van een demonische kabouter of huisgeest.
Ze worden beschreven als kleine, mensachtige wezentjes met de grootte van een peuter, een groene of grijze huid, puntige oren en grote ogen. Ze gedragen zich als kleine kinderen: ze spelen graag, zijn speels, maar kunnen ook erg ondeugend zijn.
De tuyul wordt vaak als 'huisdier' of dienaar gehouden door mensen die snel rijk willen worden. Het wezen wordt 's nachts op pad gestuurd om geld, sieraden of waardevolle spullen te stelen van de buren.
De eigenaar moet de tuyul goed verzorgen, anders keert het wezen zich tegen hem. Ze worden vaak verwend met snoepgoed, melk, sigaren en speelgoed.
In de traditionele Nederlandse of Europese folklore en mythologie bestaat de tuyul zelf niet, maar er zijn wel parallellen te vinden met andere ondeugende huisgeesten die soms overlast veroorzaken of juist geluk brengen, zoals de kabouter, de aardmannetjes of de kopjager/plaaggeest.