De duivel
Een symbool om naar te wijzen voor de fouten waar wij geen verantwoordelijkheid voor willen nemen
De duivel is een religieus symbool die staat voor de zondes.
De zeven hoofdzonden vormen in de christelijke traditie de basis van veel andere zonden. Paus Gregorius I (590-604) stelde de zonden in de zesde eeuw officieel vast. Bij deze zonden gaat het in de theologie niet zozeer om concrete handelingen, maar eerder om neigingen en gedachten.
De zeven hoofdzonden:
- Superbia (trots – hoogmoed – hovaardigheid – ijdelheid)
- Avaritia (hebzucht – gierigheid)
- Luxuria (onkuisheid – lust – wellust)
- Invidia (nijd – jaloezie – afgunst)
- Gula (onmatigheid – gulzigheid – vraatzucht)
- Ira (woede – toorn – wraak – gramschap )
- Acedia (gemakzucht – traagheid – luiheid – vadsigheid)
De duivel symboliseert deze zondes en wij wijzen er naar als wij ons betrappen hierop. De duivel zou degene zijn die ons dit influistert om ons te verleiden zodat wij de zonden begaan.
Hiermee wordt de duivel een enorm krachtig symbool die in staat is om onze vrije wil af te nemen waardoor wij niet in staat zijn om zelf de verantwoordelijkheid te nemen over ons leven. We leggen onze fouten neer bij de duivel, maar ook bij mensen om ons heen.
De duivel leert ons dat wij anderen de schuld mogen geven van de fouten die wij zelf begaan en dat we ermee weg kunnen komen tot op zekere hoogte "want God ziet je". Met andere woorden de les zal je gaan krijgen (karma in de volksmond genoemd).
Dat we anderen de schuld kunnen geven van onze fouten heeft weer diepere lagen. Wij wijzen allemaal wel een keer naar anderen, zo ook ik. Maar er wijzen altijd 3 vingers terug naar onszelf als we wijzen naar anderen en horen dat ook in acht te nemen.
Verantwoordelijkheid nemen over je eigen fouten is eigenlijk de belangrijkste les die de duivel ons leert in deze want juist omdat er zoveel gewezen wordt naar de duivel maakt het dat er zoveel demonen zijn. Juist omdat we zoveel wijzen naar anderen, ontstaat er veel leed...
Naast deze hoofdzonden kent de katholieke traditie ook zeven deugden, bestaande uit vier kardinale deugden en drie goddelijke of theologale deugden. Dit zijn:
- Prudentia (Voorzichtigheid – verstandigheid – wijsheid)
- Iustitia (Rechtvaardigheid – rechtschapenheid)
- Temperantia (Gematigdheid – matigheid – zelfbeheersing)
- Fortitudo (Moed – sterkte – vasthoudendheid – standvastigheid – focus)
- Fides (Geloof)
- Spes (Hoop)
- Caritas (Naastenliefde/Liefde – liefdadigheid)